|
Dihya was een vrouw, geboren in een Joodse -amazigh stam in de Aures-gebergte ergens in de 7de eeuw na Christus. Zij werd de koningin van de Aurès, van de stam der Jarawa Imazighen. Het was in deze tijd dat de Arabische legers Noord-Afrika binnenvielen, om het te onderwerpen aan de Islam. Al in de zevende eeuw leidde Dihya de strijd tegen de invallende Arabische stammen.
Er is weinig bekend over de jeugd en de familie van Dihya. De naam van haar vader was Tabat, of Thabitah. Wat ook bekend is, is dat op zijn minst een keer trouwde en 3 zonen had, elk waarschijnlijk door een andere man. Ze werd ook wel “Damia” of “La Kahena” genoemd. De naam “Kahina” kan een titel geweest zijn, wat priesteres/tovenares betekent. Deze naam is haar toegekend door de Arabieren. Haar volgelingen en vijanden schreven haar magische krachten toe en beweerden ook dat ze een helderziende was. Onder haar leiding bereikte het verzet van de Imazighen zijn hoogtepunt. In de spanningen die heersten rees Dihya als een krijgsvrouw op en ze kreeg bekendheid als een goede strateeg en tovenares, waardoor zij altijd wist wat er in de toekomst stond te gebeuren. Ze was zeer succesvol in het leiden en verenigen van de stammen in een strijd tegen hun vijand, de Arabieren. Waarschijnlijker is het dat zij door intelligentie en een overtuigend karakter een groot leider werd. Volgens sommige historici was Dihya al behoorlijk oud toen zij leiding nam over het Amazigh leger. Ze kwam aan de macht door te trouwen met de legerleider van de Koceila, genaamd Okba. Die overigens een succesvolle strijd had geleverd tegen de binnenvallende Islamieten. Nadat ze hem had vermoord tijdens hun huwelijksnacht kwam Dihya aan het hoofd van zijn leger te staan.
Ze begon een strijd tegen de Arabieren door onder andere de tactiek van de ‘verschroeide aarde’ toe te passen. Ze liet het platteland platbranden zodat er voor de invallers niets meer te halen viel in Noord-Afrika. Dit zorgde voor veel woede bij de Imazighen die geen nomadisch bestaan hadden, hierdoor begon ze macht te verliezen binnen de bevolking. Zonder steun van de nomaden, steden en vanwege de pro-Arabische stammen uit het zuiden, die versterking vanuit de andere stammen geen doorgang verleende, werd Dihya in de slag bij Tabarqa verslagen. Ze vluchtte de Aures in. Op de plaats die "Bir al-Kahina" (Put van Dihya) heet werd de koningin dood teruggevonden met een zwaard in haar handen. Volgens sommigen nog steeds vechtend tegen de Arabieren , volgens anderen pleegde ze zelfmoord om de vijand uit handen te blijven. Dihya stierf rond 693. ©mIzran
|