Geboorte in de Rif (Aith Waryaghar)
De zwangerschap van een vrouw is bekend, Aith Waryaghars zeggen, “bij twee maanden, en de zwangerschapsperiode wordt van negen maanden gezien als een biologisch feit��?. Een echtgenoot mag geslachtsgemeenschap hebben met zijn zwangere vrouw tot de laatste veertig dagen dat zij het kind baart. Maar vanaf dit punt is er een taboe opgelegd door de Shari'a, dat het verbied om
seksuele omgang te hebben tot veertig dagen nadat de baby is geboren.
Een zwangere vrouw doet haar normale werk tot haar zesde maand van de zwangerschap, waarna haar ‘lading’ gedeeltelijk wordt verlicht. Zij haalt nog wel kreupelhout en water, "maar minder vaak dan voordien," Tegen het einde van de zwangerschap, werkt zij enkel in het huis.
Wanneer de weeën beginnen, roept zij de vrouw die als vroedvrouw moet handelen, bijna altijd één van haar eigen familie. Er zijn geen professionele vroedvrouwen. Vanaf dit punt, wordt haar geen voedsel gegeven, omdat het als slecht wordt beschouwd.
Wanneer de daadwerkelijke levering begint, is er de vrouw die als vroedvrouw handelt en minstens één andere vrouw, die de moeder moet helpen. Één van hen om haar van achter vast te houden en de andere om de baby op te vangen. De moeder zit op de vloer met gespreide benen en opgestelde knieën, met al haar sterkte grijpt ze een touw dat gebruikt werd voor het dragen van melk of waterkruiken en is aan het plafond vastgemaakt. De vrouw achter haar grijpt haar rond de taille en klemt haar handen op de moederknieën. Elke vrouw en kleine kinderen van één van beide geslacht die ook op dat ogenblik in het huis rond lopen, zijn hulp die zij kunnen zijn; maar de mannen zijn, natuurlijk, streng uitgesloten.
Wanneer het kind geboren is, pakt de vroedvrouw hem op. Zonder het te wassen, verpakt ze het in een windsel; een andere vrouw neemt dan het navelstreng, en de placenta wordt ver weg van het huis begraven. Zodat de honden het niet zullen eten en om zo te voorkomen dat de moeder in de toekomst niet onvruchtbaar zal zijn.
Ondertussen, heeft een derde vrouw een slagtand van een everzwijn om een koord rond de hals van de baby vast gebonden om het kwade oog af te weren. En wat zout en een mes naast de moeder geplaatst zodat noch zij of haar baby door jnun zal worden aangevallen. Tijdens de eerste zeven dagen na geboorte, en tot het kind een naam wordt gegeven, is zowel de baby als de moeder dan bijzonder kwetsbaar voor deze kwaadwillige wezens. Tijdens deze periode moeten zij in de ruimte blijven waar de geboorte zich plaats heeft gevonden.
Er zijn geen speciale bepalingen die voor moeilijke of ongewone geboorten gemaakt worden en er is geen verschil in de behandeling van een eerste geboorte vergeleken met dat van een tweede of latere geboorte. Miskramen en doodgeborenen worden in de gemeenschapsbegraafplaats in slechts de zelfde weg als ieder ander begraven, met de normale schikkingen voor hoofd -en voetstenen volgens het geslacht van het lijk. De geboorte van tweelingen (ixniwen) of drielingen (dhratha ixniwen) worden door alle en diversen zeer treffend beschouwd en zijn een gelegenheid voor oprechte gelukwens. Volgens David Hart waren er in 1946 niet minder dan acht stellen van tweelingen geboren in de Aith Turirth, dat alleen al een recordjaar was geweest. Tweelingen kunnen niet uit de kamer genomen worden waarin zij geboren zijn voor zestig dagen, en voor de eerste dertig dagen mag er geen nieuwe kleren worden gegeven . Het idee achter dit is om het kwade oog en jnun te vermijden.
Nadat zij bevallen is, wordt de moeder bloem gevoed dat vermengd is met boter en olijfolie, overvloed van koffie en over het algemeen ook wel kip, zodat zij vlug beter zal worden. Voor de eerste zeven dagen na de geboorte, kan zij bijna alles eten, maar mag geen melk drinken. Het dieet van de baby begint natuurlijk met de melk van de moeder en met water; steeds vaker zie je dat het kind ook aan muntthee begint, hoewel de moeder hem terug aan de borst zet indien het begint te huilen.
Tot nog toe hebben wij niet het geslacht van het kind besproken. Aith Waryaghers geloven dat meisjes jonger dan 18 jaar, die pompoenzaden eten enkel meisjes zullen baren.
Tijdens de geboorte wacht de vader ongeduldig af op het nieuws van het geslacht van het kind. Indien het een jongen is offert hij een kip en indien een meisje, een haan; dus, het offer van pluimvee maakt de buren zowel van de geboorte als van het geslacht van het kind bewust.
Sabagh – het geboortefeest
De rituele daad van de schenking is sabagh “zevende,��? omdat het op de zevende dag wordt gehouden nadat het kind geboren is, de vader heeft een naam gekozen voor het kind die hij tijdens de tussen liggende week gaat geven. Voor een jongen is het nooit de eigen naam van de vader, maar het komt vaak voor dat de naam van de grootvader van het kind word gegeven. Indien een meisje, wordt zij nooit naar haar moeder genoemd, maar enig andere naam zal gekozen worden.
Op de “sabagh��? dag zullen alle verwanten, van het kind verschijnen. De vader, slacht ritueel een geit of een schaap, het hoofd en huid waarvan aan de vroedvrouw gegeven wordt, is een geschenk voor haar onderhoudt. Daarna zegt iedereen “Mbraka!��? (“zegen!��?) en het feest begint gewoonlijk durend twee dagen. De ongetrouwde afstammelingen van de vader of van zijn vrouw zijn er om het ay-aralla-buya refrein en de begeleidende izri couplets te zingen, maar dit gebeurt gewoonlijk in elk geval, bijna geen enkel excuus zijn voldoende voor ay-aralla-buya.
Als het kind een jongen is, zijn er grote algemene verheugen. En een rode vlag, genaamd bandu, die op het dak van het huis wordt geplaatst, waar het tot de volgende ochtend blijft. Heel wat vuurwerk wordt er afgeknalt (tijdens de Rif -republiek schoten zij met hun geweren), iedereen is gelukkig en eet goed.
Vertaald door: Timazighin Nederland
Bron: “The Aith Waryaghar of the Moroccan Rif"? (1976)
David Montgomery Hart